ECLI:NL:HR:2006:AW4060
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Toepassing overgangsrecht herziening fiscale uitspraken vóór 1999
Belanghebbende verzocht om herziening van uitspraken van het gerechtshof die vóór de inwerkingtreding van de Wet van 29 oktober 1998 (per 1 september 1999) zijn gedaan. Het hof verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat het overgangsrecht volgens het hof alleen herziening toestond van uitspraken na die datum.
De Hoge Raad beoordeelde dit oordeel en stelde vast dat het overgangsrecht, zoals neergelegd in artikel V van de Wet en de toelichting in de parlementaire stukken, niet beperkt is tot uitspraken na de inwerkingtreding. De wetgever beoogde dat het nieuwe procesrecht, inclusief de mogelijkheid tot herziening, van toepassing is op alle na de inwerkingtreding ingediende verzoeken, ongeacht de datum van de uitspraak.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat artikel 8:88 Awb Pro met onmiddellijke werking geldt voor alle verzoeken tot herziening, ook van uitspraken vóór 1 september 1999. Het hof had ten onrechte het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Verder werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in cassatie en het griffierecht van €87 aan belanghebbende. De kosten van het geding bij het hof worden door het verwijzingshof beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.