ECLI:NL:HR:2006:AV4487

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/154HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 354 lid 1 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder verlening schone lei

De schuldenaar werd bij vonnis van 28 mei 2002 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst met benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder. Op 10 augustus 2004 werd het saneringsplan vastgesteld met een looptijd van drie jaar tot 28 mei 2005.

De bewindvoerder rapporteerde in juni en juli 2005 aan de rechter-commissaris dat hij niet kon adviseren de schuldenaar de schone lei te verlenen. De rechtbank stelde bij vonnis van 28 juli 2005 vast dat de schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de schuldsanering.

De schuldenaar ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat op 14 november 2005 het vonnis bekrachtigde. Tegen dit arrest stelde de schuldenaar cassatieberoep in. De Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei.

Uitspraak

2 juni 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/154HR
MK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats], België,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 28 mei 2002 heeft de rechtbank te Breda op verzoek van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar uitgesproken met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. Bij vonnis van die rechtbank van 10 augustus 2004 is het saneringsplan vastgesteld waarin de looptijd is bepaald op drie jaar, derhalve tot 28 mei 2005.
De bewindvoerder heeft met betrekking tot de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bij brieven van 2 juni 2005 en 25 juli 2005 de rechter-commissaris bericht niet te kunnen adviseren aan de schuldenaar de schone lei te onthouden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 28 juli 2005 vastgesteld dat de schuldenaar toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten.
Tegen dit vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 14 november 2005 heeft het hof het vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 juni 2006.