ECLI:NL:HR:2006:AV4091
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verduistering en opzettelijke wederrechtelijke toe-eigening rijbewijs
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder verduistering en het wederrechtelijk toe-eigenen van een rijbewijs dat op naam stond van een ander.
Het bewijs bestond uit een politieproces-verbaal waarin werd vastgesteld dat het rijbewijs samen met valse paspoorten werd aangetroffen in een koffer in een zijkamer van de woning waar verdachte verbleef. Verdachte was op de hoogte van de aanwezigheid van het rijbewijs. Het hof concludeerde hieruit dat verdachte zich het rijbewijs opzettelijk wederrechtelijk had toegeëigend in de zin van artikel 321 Sr Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het opzet op wederrechtelijke toe-eigening had bewezen verklaard. Het cassatiemiddel dat dit bewijs onvoldoende zou zijn, werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vier maanden gevangenisstraf voor verduistering en wederrechtelijke toe-eigening.