ECLI:NL:HR:2006:AU6039
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Teruggaaf omzetbelasting aan buiten de EG gevestigde ondernemer voor bancaire en financiële prestaties buiten de Gemeenschap
Belanghebbende, een ondernemer gevestigd in Australië zonder vaste inrichting in Nederland, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over 1995. De Inspecteur wees dit verzoek af, maar het Hof vernietigde deze beslissing en kende de teruggaaf toe. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 15, lid 2, van de Wet op de omzetbelasting 1968, in samenhang met artikel 17, lid 3, letter c, van de Zesde richtlijn, aldus moet worden uitgelegd dat ook buiten de EG gevestigde ondernemers recht hebben op aftrek of teruggaaf van omzetbelasting, ook als zij hun prestaties buiten de Gemeenschap verrichten.
De Hoge Raad wees erop dat de Nederlandse wet geen beperkende voorwaarden stelt aan het recht op aftrek met betrekking tot vestigingsplaats of plaats van prestatie. Hoewel de wet mogelijk niet volledig overeenstemt met de richtlijn, kan dit belanghebbende niet worden tegengeworpen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het Hofs oordeel bevestigd.