ECLI:NL:PHR:2006:AU6039
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Teruggaaf van voorbelasting aan niet binnen de EG gevestigde financiële ondernemers
De zaak betreft een geschil over de weigering van de Inspecteur om teruggaaf van omzetbelasting te verlenen aan X Limited, een in Australië gevestigde onderneming die financiële prestaties verricht aan afnemers buiten de Europese Gemeenschap. De Inspecteur baseerde de weigering op de uitleg van artikel 17, lid 3, sub c, van de Zesde richtlijn en de Achtste en Dertiende richtlijnen, die volgens hem geen recht op teruggaaf aan niet binnen de EG gevestigde belastingplichtigen voor dergelijke prestaties bieden.
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en oordeelde dat de teruggaafregeling ook van toepassing is op buiten de EG gevestigde financiële instellingen. De staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak, stellende dat het Hof het recht op teruggaaf ten onrechte heeft toegekend.
De Hoge Raad analyseerde uitvoerig de communautaire regelgeving en de ratio achter de bepalingen, waarbij werd vastgesteld dat de teruggaafregeling mede is bedoeld om concurrentienadelen voor binnen de EG gevestigde financiële instellingen te voorkomen. De Hoge Raad concludeert dat de ratio van de Dertiende richtlijn prevaleert en dat de teruggaafregeling ook geldt voor niet binnen de EG gevestigde belastingplichtigen die financiële prestaties verrichten aan buiten de Gemeenschap gevestigde afnemers.
De Hoge Raad acht de door de staatssecretaris bepleite strikte vestigingseis niet overtuigend en ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee het oordeel van het Hof in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het recht op teruggaaf van omzetbelasting aan niet binnen de EG gevestigde financiële instellingen bevestigd.