ECLI:NL:HR:2005:AT9062

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/284HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • E.J. Numann
  • J.C. Oven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:14 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst bouwgrond tussen gemeente en projectontwikkelaar

In deze zaak ging het om een koopovereenkomst uit juni 2000 waarbij de gemeente Tilburg een perceel bouwgrond aan een projectontwikkelaar had verkocht. De gemeente vorderde ontbinding van de overeenkomst wegens tekortkoming door de projectontwikkelaar en wilde het perceel aan een derde verkopen.

De rechtbank veroordeelde de projectontwikkelaar tot betaling en leveringsmedewerking, en kende tevens schadevergoeding toe. Het hof vernietigde het vonnis behalve voor een deel van de betalingsverplichting en verklaarde de koopovereenkomst met ingang van 2 juli 2001 ontbonden. Tevens werd de projectontwikkelaar veroordeeld tot betaling van rente, een dwangsom en ontruiming van het perceel.

De projectontwikkelaar stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden, bevestigde de mogelijkheid van ontbinding door de schuldeiser ook bij minder bezwaarlijke redresmogelijkheden, tenzij ontbinding ongerechtvaardigd is wegens bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming. Het beroep werd verworpen en de kosten werden aan de projectontwikkelaar opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de projectontwikkelaar wordt verworpen en de ontbinding van de koopovereenkomst wordt bevestigd.

Uitspraak

4 november 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/284HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. E. Grabandt en mr. J.P. Heering,
t e g e n
GEMEENTE TILBURG,
zetelende te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - heeft bij exploot van 22 oktober 2001 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de rechtbank te Breda. De Gemeente heeft onder meer gevorderd, primair dat de rechtbank zal bepalen dat de overeenkomst tussen partijen van juni 2000 met ingang van 2 juli 2001, dan wel op een nader te bepalen tijdstip, buitengerechtelijk is ontbonden, en subsidiair dat de rechtbank de overeenkomst zal ontbinden en zal bepalen dat het de Gemeente vrijstaat het perceel [a-straat] met ingang van de datum van het vonnis aan een derde te verkopen en te leveren.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden en harerzijds onder meer gevorderd de Gemeente te veroordelen tot levering van het perceel en tot betaling van schadevergoeding aan [eiseres].
De Gemeente heeft de vordering in reconventie bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 26 februari 2003 in conventie [eiseres] veroordeeld aan de Gemeente te betalen het bedrag van € 38.852,87 en het meer of anders gevorderde afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank de Gemeente (onder meer) veroordeeld binnen 8 dagen na betekening van het vonnis mee te werken aan de levering van het perceel, de Gemeente veroordeeld aan [eiseres] te betalen een schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen het vonnis van de rechtbank van 26 februari 2003 heeft de Gemeente hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 4 mei 2004 heeft het hof zowel in conventie als in reconventie, het vonnis waarvan beroep vernietigd, behalve voor zover [eiseres] bij dat vonnis in conventie is veroordeeld aan de gemeente een bedrag van € 38.852,87 te voldoen. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het hof in conventie:
[eiseres] veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over het bedrag van € 38.852,87 vanaf 2 juli 2001 tot aan de dag van de voldoening;
voor recht verklaard dat de koopovereenkomst van juni 2000 met ingang van 2 juli 2001 is ontbonden;
bepaald dat het de gemeente vrij staat het betreffende perceel te verkopen en te leveren aan een derde;
[eiseres] veroordeeld aan de gemeente een bedrag te voldoen van € 450,52 (f 992,82) per dag vanaf 2 juli 2001 tot aan de datum waarop de ontbinding van de koopovereenkomst onherroepelijk is geworden, vermeerderd met de wettelijke rente over de verschuldigde bedragen vanaf de datum waarop zij verschuldigd (zijn ge)worden;
[eiseres] veroordeeld om het betreffende perceel binnen één maand na betekening van het onderhavige arrest leeg en ontruimd, geëgaliseerd en in ordentelijke staat aan de gemeente ter beschikking te stellen;
[eiseres] veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 2.000,-- voor elke dag dat [eiseres] met de nakoming van laatstgenoemde veroordeling in gebreke blijft;
bepaald dat boven een bedrag van € 45.000,-- geen dwangsommen meer worden verbeurd;
bepaald dat de gemeente vervolgens, indien [eiseres] in gebreke blijft met volledige voldoening, gerechtigd is het hiervoor bepaalde zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie op kosten van [eiseres], met gelasting aan [eiseres] deze kosten op vertoon van de benodigde bescheiden waarin de kosten gespecificeerd worden opgegeven te voldoen.
Voorts heeft het hof de vorderingen in reconventie afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 1.236,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann en J.C. Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 november 2005.