ECLI:NL:PHR:2008:BC5722
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens hennepteelt en belangenafweging minderjarige
De zaak betreft de ontbinding van een huurovereenkomst door Stichting Brabant Wonen wegens de ontdekking van een grootschalige hennepkwekerij in de woning van de huurders. De huurders en hun minderjarige zoon bestreden de ontbinding en ontruiming, stellende dat het zero tolerance-beleid onrechtmatig is en dat het belang van het kind onvoldoende is meegewogen.
De rechtbank en het hof hadden de ontbinding en ontruiming toegestaan. Het hof oordeelde dat de Stichting niet onrechtmatig had gehandeld en dat het belang van het minderjarige kind bij de rechterlijke toetsing wel degelijk werd meegewogen, ook al was dit niet expliciet gebeurd bij de beleidsvorming.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat bij tekortschieten van de huurder in beginsel ontbinding gerechtvaardigd is, tenzij bijzondere omstandigheden dat uitsluiten. Het belang van het kind vormt een belangrijke factor, maar leidt niet automatisch tot het afwijzen van ontbinding. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af, waarmee het eerdere oordeel standhoudt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming wegens hennepteelt, ondanks het beroep op kinderrechten.