ECLI:NL:HR:2005:AT4534
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing vordering na hoger beroep in civiele zaak
In deze civiele zaak vorderde verweerster betaling van een bedrag van ƒ 99.633,75 vermeerderd met rente van eiser. De rechtbank wees de vordering af, waarna verweerster hoger beroep instelde en haar vordering verminderde tot ƒ 60.000,-- met gewijzigde grondslag. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de gewijzigde vordering alsnog toe.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. Verweerster verscheen niet in cassatie en verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp het beroep van eiser zonder nadere motivering, omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leiden.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerster nihil werden begroot. Hiermee werd het arrest van het hof definitief bevestigd en de vordering van verweerster toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof dat de vordering toewijst.