ECLI:NL:HR:2005:AT3445
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid grootouders in verzoek tot wijziging voogdij over kleinkind
De grootouders van een in 2002 geboren kind verzochten de kantonrechter om hen te benoemen tot voogd over het kind in plaats van Bureau Jeugdzorg Gelderland (BJG) en om toestemming tot wijziging van de verblijfplaats van het kind. De kantonrechter wijzigde de voogdij en stelde de grootouders aan als voogd. BJG plaatste het kind vervolgens bij de grootouders. De pleegouders stelden hoger beroep in tegen deze beschikking. Het gerechtshof vernietigde de beschikking en verklaarde de grootouders niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wijziging van de voogdij.
De grootouders stelden beroep in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad bevestigde dat de wet geen voorziening kent voor een verzoek van grootouders tot wijziging van de voogdij, behoudens uitzonderingen zoals fusie of splitsing van de rechtspersoon waaraan voogdij is opgedragen. Het hof had terecht geoordeeld dat de grootouders niet-ontvankelijk waren. De Hoge Raad overwoog dat hoewel de band tussen grootouders en kleinkind in principe onder de bescherming van artikel 8 EVRM Pro kan vallen, dit afhangt van nauwe persoonlijke betrekkingen en dat het belang van het kind steeds voorop staat.
Het beroep werd verworpen. De beschikking van het hof blijft daarmee in stand, waarbij de voogdij niet wordt gewijzigd en het kind bij de pleegouders blijft. De Hoge Raad benadrukte dat het belang van het kind en het bestaande gezinsleven met de pleegouders de doorslag geven in de beoordeling van voogdijzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat grootouders niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek tot wijziging van de voogdij over het kind.