ECLI:NL:RBMID:2010:BP2266
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Grootouders niet ontvankelijk in verzoek tot bewindstelling en benoeming bijzonder curator voor minderjarige erfgenamen
De grootouders van twee minderjarige erfgenamen hebben bij de rechtbank Middelburg verzocht om het gehele of een deel van het vermogen van de minderjarigen onder bewind te stellen en subsidiar een bijzondere curator te benoemen. Dit verzoek volgde op het overlijden van hun zoon, de vader van de minderjarigen, die een nalatenschap had achtergelaten waarvan de minderjarigen erfgenamen zijn.
De kantonrechter oordeelde dat de grootouders niet ontvankelijk zijn in hun primaire verzoek tot bewindstelling omdat de wet dit niet voorziet voor derden zoals grootouders. Het subsidiaire verzoek tot benoeming van een bijzondere curator werd getoetst aan de vraag of er een wezenlijke belangenstrijd bestaat tussen de wettelijk vertegenwoordiger en de minderjarigen. Hoewel de grootouders een nauwe band hadden met de minderjarigen tijdens het huwelijk van hun zoon, is deze band door omstandigheden verbroken.
De rechter concludeerde dat er geen zodanige belangenstrijd is die benoeming van een bijzondere curator rechtvaardigt. Er is geen bewijs dat de wettelijk vertegenwoordiger het vermogen niet naar behoren beheert. De emotionele betrokkenheid van de grootouders en hun vrees voor toekomstig misbeheer zijn onvoldoende grond. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Verzoek grootouders tot bewindstelling en benoeming bijzondere curator wordt afgewezen; zij zijn niet-ontvankelijk in het primaire verzoek en het subsidiaire verzoek wordt afgewezen.