ECLI:NL:HR:2004:AR3513
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verband lening en dividenduitkering binnen fiscale eenheid
In deze zaak gaat het om de vraag of er een verband bestaat tussen een lening die de Stichting aan een B.V. binnen een fiscale eenheid verstrekte en een dividenduitkering die een andere B.V. binnen dezelfde fiscale eenheid aan de Stichting deed. Belanghebbende, een houdstermaatschappij, kreeg voor het jaar 1998 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die zij betwistte. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat er een verband was tussen de kredietverstrekking en de dividenduitkering zoals bedoeld in artikel 10a, lid 2, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het Hof nam mee dat belanghebbende ook een lening bij een derde had kunnen verkrijgen en dat het krediet praktisch geheel was aangewend voor de herinrichting van hotelkamers. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
De Hoge Raad benadrukte dat het oordeel van het Hof, dat mede gebaseerd is op feitelijke waarderingen, in cassatie niet kan worden getoetst op juistheid zolang het niet onbegrijpelijk is. Tevens wees de Hoge Raad het incidentele beroep van belanghebbende af omdat de voorwaarde voor behandeling daarvan niet was vervuld. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond en bevestigt dat geen verband bestaat tussen de lening en de dividenduitkering.