ECLI:NL:HR:2004:AR2312
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag vennootschapsbelasting wegens onvoldoende bewijs waardevermindering leningen
Belanghebbende BB B.V. was in beroep gegaan tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 1989, waarbij een belastbaar bedrag van ƒ 4.664.608 was vastgesteld. Na eerdere procedures werd de zaak door de Hoge Raad terugverwezen naar het Gerechtshof te 's Hertogenbosch voor herbeoordeling.
Het Hof oordeelde dat niet was komen vast te staan dat de leningen verstrekt door de moedervennootschap aan belanghebbende niet zouden worden terugbetaald, mede omdat belanghebbende niet bereid was de identiteit van de achterliggende grootaandeelhouders te verstrekken. Hierdoor kon het motief voor de geldverstrekking niet worden vastgesteld.
De Hoge Raad verwerpt de middelen van belanghebbende die het oordeel van het Hof aanvechten en verklaart het beroep ongegrond. Er zijn geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het arrest bevestigt dat de waardering van de leningen niet zonder meer kan leiden tot een vermindering van het belastbare bedrag zonder voldoende bewijs van waardevermindering.
Uitkomst: Het beroep van BB B.V. wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.