ECLI:NL:PHR:2005:AR4499
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadeloosstelling bij onteigening dijkperceel met geschil over bijzondere geschiktheid en waardevermindering overblijvende grond
Sextant BV werd onteigend door het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard voor een perceel dat deel uitmaakt van een dijkversterkingsplan. De rechtbank stelde de schadeloosstelling vast en oordeelde dat het onteigende perceel afzonderlijk verkoopbaar was, geen bijzondere geschiktheid had die een meerwaarde rechtvaardigde en dat het overblijvende geen waardevermindering onderging.
Sextant BV stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak met drie middelen: het betwisten van de verkoopbaarheid van het onteigende zonder het overblijvende, de wijze van waardering van bijzondere geschiktheid en het nalaten van onderzoek naar waardevermindering van het overblijvende. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank haar oordeel over verkoopbaarheid voldoende had gemotiveerd, maar dat er onduidelijkheid bestond over de beoordeling van bijzondere geschiktheid en waardevermindering.
De Hoge Raad stelde dat de rechtbank bij bijzondere geschiktheid onvolledig had gekeken naar vergelijkbare dijkvakken en dat de waardevermindering van het overblijvende nader onderzocht moest worden, met name vanwege mogelijke beperkingen in bebouwingsmogelijkheden. Daarom werd het vonnis vernietigd en verwezen naar het gerechtshof voor nader feitelijk onderzoek.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor nader feitelijk onderzoek naar bijzondere geschiktheid en waardevermindering van het overblijvende.