ECLI:NL:HR:2004:AQ4239
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring OM in ontnemingsvordering wegens overschrijding redelijke termijn
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaarde vanwege een overschrijding van meer dan zeven jaar tussen de aankondiging van de vordering en de einduitspraak in hoger beroep.
Het hof motiveerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een andere uitkomst rechtvaardigden. Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard, wat neerkwam op het verval van het recht tot voordeelsontneming.
De Hoge Raad overwoog dat bij overschrijding van de redelijke termijn in ontnemingszaken in principe een vermindering van het te betalen bedrag passend is en dat niet-ontvankelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde kan zijn. Het hof had echter geen nadere motivering gegeven waarom hier sprake zou zijn van zo'n uitzonderlijk geval.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere berechting en afdoening van het bestaande hoger beroep, waarbij het OM niet zonder meer niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van de ontnemingsvordering.