ECLI:NL:HR:2004:AO8217
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepassing artikel 38 lid 2 AWR bij aaneengesloten arbeid in meerdere niet-verdragslanden
Belanghebbende was in 1998 werkzaam als werktuigkundige bij een baggermaatschappij en verrichtte arbeid in Trinidad en Portugal, beide niet-verdragslanden die het loon niet aan belastingheffing onderwerpen. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op, die na bezwaar en beroep bij het hof werd gehandhaafd. Het hof oordeelde dat de periodes in Trinidad en Portugal niet konden worden samengevoegd voor toepassing van artikel 38 lid 2 AWR Pro.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de aaneengesloten periode van arbeid in beide landen samen moest worden beschouwd, omdat dit voldoet aan de eis van ten minste drie aaneengesloten maanden arbeid in niet-verdragslanden die het loon niet belasten. De Hoge Raad oordeelde dat de wetsgeschiedenis deze uitleg ondersteunt en dat het hof ten onrechte de periodes niet heeft samengevoegd.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van deze uitleg. Tevens werden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.