ECLI:NL:HR:2004:AO6419
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot betreden woning en inbeslagneming hennepplanten geen doorzoeking
In deze strafzaak stond centraal of het betreden van de woning van de verdachte, waarbij een ruit en meerdere deuren werden geforceerd, en het in beslag nemen van hennepplanten als een onrechtmatige doorzoeking kon worden aangemerkt. De verdediging stelde dat de opsporingsambtenaren onbevoegd waren en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen.
Het hof oordeelde dat artikel 9 van Pro de Opiumwet opsporingsambtenaren de bevoegdheid geeft om zich toegang te verschaffen tot plaatsen waar een overtreding wordt gepleegd of vermoed wordt, inclusief het verkrijgen van doorgang binnen het pand. Het forceren van de ruit en deuren viel onder deze bevoegdheid en er was geen sprake van een doorzoeking zoals bedoeld in artikel 96c Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de bevoegdheid tot betreden niet gelijkstaat aan een doorzoeking. De duur van het verblijf in de woning werd verklaard door de omvang van de inbeslaggenomen hennepplanten en apparatuur. Het beroep van de verdachte werd verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens overtreding van de Opiumwet.