ECLI:NL:HR:2004:AN9861

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00116/03
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • G.J.M. Corstens
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 209 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor voorraad hebben van valse bankbiljetten met oogmerk tot uitgifte

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld voor het in voorraad hebben van valse bankbiljetten met het oogmerk deze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven. Het hof had de verdachte veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring.

In cassatie heeft de Hoge Raad het beroep van verdachte beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering, aangezien de aangevoerde middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad oordeelde dat er geen gronden waren om het bestreden arrest ambtshalve te vernietigen en heeft het beroep verworpen. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte onverminderd in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf blijft in stand.

Uitspraak

3 februari 2004
Strafkamer
nr. 00116/03
SCR/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 september 2002, nummer 20/000741-01, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 29 december 2002 - de verdachte ter zake van "bankbiljetten, waarvan de valsheid hem, toen hij ze ontving, bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad hebben" veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf en met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. H.H.M. van Dijk en mr. J.F. Le Fever, beiden advocaat te 's-Hertogenbosch, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 3 februari 2004.