ECLI:NL:HR:2004:AI0755
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over accijnsvrijstelling kruidensigaretten voor medische doeleinden
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor omzetbelasting en accijns over de periode 1995-1999 betreffende kruidensigaretten die verkocht werden via apotheken en drogisterijen als hulpmiddel bij het stoppen met roken. De kruidensigaretten bevatten geen tabak of medicinale stoffen, maar werden met goedkeuring van de Keuringsraad voorzien van de aanduiding 'Medicinale kruidensigaret'.
De Inspecteur stelde dat deze producten accijnsplichtig waren omdat zij niet bestemd waren voor medicinale doeleinden zoals bedoeld in de Wet op de accijns. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende deels gegrond door de naheffingsaanslag omzetbelasting te vernietigen, maar handhaafde de accijnsnaheffing.
De Hoge Raad stelde vast dat de vraag of deze kruidensigaretten onder de accijnsvrijstelling voor producten met uitsluitend medische doeleinden vallen, een uitleg van Europees recht vereist. Omdat bestaande jurisprudentie onvoldoende aanknopingspunten bood, stelde de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en schortte de procedure op.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de accijnsvrijstelling voor kruidensigaretten.