ECLI:NL:HR:2003:AL6962
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt woonplaats Nederland voor belastingverdrag met Spanje
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een navorderingsaanslag opgelegd op basis van een belastbaar inkomen dat hoger was dan aanvankelijk vastgesteld. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de navorderingsaanslag verminderd zonder verhoging. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende ondanks verkoop van zijn woning in Q aan zijn zoon, feitelijk duurzaam over die woning kon beschikken en dat het middelpunt van zijn levensbelangen in Nederland lag. Dit leidde tot de conclusie dat belanghebbende woonplaats in Nederland had volgens artikel 4 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen en het belastingverdrag Nederland-Spanje.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de feiten en omstandigheden voldoende en begrijpelijk zijn gemotiveerd. De Hoge Raad bevestigt dat het ontbreken van een formeel recht op de woning niet uitsluit dat belanghebbende er duurzaam woonde. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het Hof-arrest blijft in stand.