ECLI:NL:HR:2003:AK8446

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/035HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verlaging levensonderhoudsuitkering afgewezen door Hoge Raad

De man heeft bij de rechtbank te Alkmaar een verzoek ingediend tot verlaging van de levensonderhoudsuitkering aan de vrouw, vastgesteld bij eerdere beschikkingen van de rechtbank Haarlem en het gerechtshof Amsterdam. Hij verzocht de uitkering te verlagen tot ƒ 145,-- per maand voor de periode van 10 maart 1998 tot 1 januari 1999 en tot ƒ 525,-- per maand vanaf 1 januari 1999, of een ander door de rechtbank vast te stellen bedrag.

De vrouw heeft dit verzoek bestreden. De rechtbank wees het verzoek bij beschikking van 4 april 2001 af, zowel voor zover het betrekking had op de beschikking van de rechtbank Haarlem als die van het gerechtshof Amsterdam. De man stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat bij beschikking van 5 december 2002 de eerdere beschikking bekrachtigde.

De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot verlaging van de levensonderhoudsuitkering.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het verzoek tot verlaging van de levensonderhoudsuitkering afgewezen.

Uitspraak

31 oktober 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/035HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 24 oktober 2000 ter griffie van de rechtbank te Alkmaar ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de bij beschikkingen van de rechtbank te Haarlem van 23 december 1997 en het gerechtshof te Amsterdam van 21 september 2000 vastgestelde uitkering tot levensonderhoud van verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - te verlagen tot ƒ 145,-- per maand over de periode van 10 maart 1998 tot 1 januari 1999 en tot ƒ 525,-- per maand vanaf 1 januari 1999, althans een door de rechtbank vast te stellen bedrag en datum.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 4 april 2001 zowel het verzoek voor zover gericht tegen de beschikking van de rechtbank te Haarlem als het verzoek voor zover gericht tegen de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 5 december 2002 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 31 oktober 2003.