ECLI:NL:HR:2003:AK3451
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over vrij vervoer politiemedewerker voor woon-werkverkeer
Belanghebbende, werkzaam bij de regiopolitie, maakte in 1999 gebruik van gratis busvervoer voor woon-werkverkeer op basis van een regeling tussen de regiopolitie en de busmaatschappij. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op, die na bezwaar werd gehandhaafd. Het Gerechtshof Leeuwarden verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat niet aannemelijk was dat sprake was van vervoer vanwege de inhoudingsplichtige. Het hof ging ervan uit dat de vrij vervoerregeling niet van toepassing was op het woon-werkverkeer van belanghebbende, een feitelijke beoordeling die in cassatie niet kan worden getoetst.
Verder verwierp de Hoge Raad het standpunt dat het gratis vervoer vanwege het politieambt automatisch zou betekenen dat het vervoer vanwege de inhoudingsplichtige was. Deze opvatting vindt geen steun in de Wet op de loonbelasting 1964, de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990, noch in de wetsgeschiedenis.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees af dat proceskosten worden toegewezen. Tevens werd een griffierecht van € 348 opgelegd aan de Staat.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.