ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6764
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Huiskes
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen correctie reiskostenforfait in inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende werd voor het jaar 1999 aangeslagen voor inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op een belastbaar inkomen van ƒ 84.739,--. Hij had in zijn aangifte een reiskostenforfait van ƒ 2.590,-- opgevoerd vanwege het gebruik van openbaar vervoer voor woon-werkverkeer. De inspecteur corrigeerde dit bedrag en stelde het belastbaar inkomen hoger vast. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze correctie, maar dit werd door de inspecteur afgewezen.
Belanghebbende voerde aan dat hij recht had op het reiskostenforfait omdat hij geen reiskostenvergoeding van zijn werkgever ontving, ondanks dat hij gratis met het openbaar vervoer reisde op vertoon van zijn legitimatiebewijs. De inspecteur stelde dat sprake was van vervoer vanwege de werkgever, onderbouwd met een brief van de vervoersmaatschappij waarin staat dat agenten gratis kunnen reizen tijdens diensttijd.
Het hof oordeelde dat het niet aannemelijk was dat het vervoer vanwege de werkgever plaatsvond, mede gelet op artikelen uit het Korpsblad waaruit blijkt dat de vrij vervoer regeling voor woon-werkverkeer nog onderwerp van discussie was. Omdat het reiskostenforfait forfaitair is vastgesteld en belanghebbende geen vergoeding ontving, mocht het forfait niet worden gecorrigeerd. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 82.149,--. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag wordt verminderd tot het door hem opgegeven belastbaar inkomen.