ECLI:NL:HR:2003:AH1178
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1992
Belanghebbende, X B.V., kreeg voor het jaar 1992 een navorderingsaanslag opgelegd in de vennootschapsbelasting die na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd verminderd. Het hof oordeelde dat de winst uit de overdracht van de onderneming aan F B.V. pas in 1992 belast kon worden en dat de Inspecteur ten tijde van de primitieve aanslag dit niet kon weten, waardoor sprake was van een nieuw feit.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht dit criterium hanteerde en dat het oordeel van het hof over het niet bekend zijn van het nieuwe feit bij de Inspecteur niet onbegrijpelijk of onjuist is. De overige middelen van belanghebbende falen eveneens.
In het incidentele cassatieberoep oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft of en hoe rekening moet worden gehouden met desinvesteringsbetalingen bij de navorderingsaanslag. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof, behoudens onderdelen over griffierecht en proceskosten, en verwijst de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor herbeoordeling met inachtneming van dit arrest.
De Hoge Raad legt geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren op 20 juni 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor herbeoordeling van de navorderingsaanslag met betrekking tot desinvesteringsbetalingen.