ECLI:NL:HR:2003:AF6983
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake verjaring revindicatie vordering gestolen auto
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2002, waarin het beklag van klager tegen de revindicatie van een gestolen personenauto werd ongegrond verklaard. Klager stelde dat de vordering tot revindicatie was verjaard, omdat de auto op 24 februari 1999 was gestolen en de verjaringstermijn van drie jaar op 24 februari 2002 zou zijn verstreken. Tevens voerde hij aan dat de stuiting van de verjaring niet rechtsgeldig was.
De Hoge Raad overwoog dat het begrip 'daad van rechtsvervolging' in ruime zin moet worden opgevat en dat het indienen van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv, strekkende tot teruggave van een in beslag genomen goed, ook een daad van rechtsvervolging is die de verjaring stuit. De oorspronkelijke eigenaar had op 21 januari 2002 een dergelijk klaagschrift ingediend, waardoor de verjaringstermijn werd gestuit.
De Hoge Raad concludeerde dat de vordering tot revindicatie niet was verjaard en dat de rechtbank terecht het beklag ongegrond had verklaard. Het cassatieberoep werd daarom verworpen. De overige middelen werden eveneens afgewezen zonder nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Amsterdam wordt bekrachtigd.