ECLI:NL:HR:2003:AF4159
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onjuiste maatstaf oproeping getuigen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de Staat wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, subsidiair tot hechtenis. De verdediging had verzocht om de informanten van de CID-informatie als getuigen op te roepen, omdat de betrouwbaarheid van deze informatie essentieel was voor de ontnemingsvordering.
Het hof had dit verzoek afgewezen omdat het geen noodzaak zag voor het horen van deze informanten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof hierbij een verkeerde maatstaf heeft gehanteerd door het noodzaakcriterium toe te passen, terwijl volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen het verzoek slechts op de in art. 288 Sv Pro genoemde gronden had mogen worden afgewezen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar een ander hof voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde berechting.