ECLI:NL:HR:2002:AE9025
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vermindering straf wegens overschrijding redelijke termijn in fiscale strafzaak
De zaak betreft een fiscale strafzaak tegen de verdachte, die als directeur van een besloten vennootschap verantwoordelijk werd gehouden voor het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften over de periode januari 1996 tot en met september 1997. Het hof had de verdachte veroordeeld tot 210 uren onbetaalde arbeid ten algemenen nutte, in plaats van gevangenisstraf.
De verdachte stelde in cassatie dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat bijzondere omstandigheden een langere termijn rechtvaardigden, met name omdat de zaak pas na meer dan 29 maanden voor het eerst aan de rechtbank werd voorgelegd, terwijl het proces-verbaal al ruim twee jaar eerder was ingediend.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden. Omwille van doelmatigheid besloot de Hoge Raad de zaak zelf af te doen en de straf te verminderen, rekening houdend met de overschrijding en de reeds opgelegde straf. Daarnaast verwierp de Hoge Raad het middel dat betoogde dat het hof onrechtmatig bewijs had gebruikt, omdat het hof de inhoud van de stukken voldoende had samengevat.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 19 november 2002.
Uitkomst: De straf onbetaalde arbeid werd verminderd tot 195 uren wegens overschrijding van de redelijke termijn.