ECLI:NL:HR:2002:AE8969
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen ondernemingsverlies bij niet-geëxploiteerde lasbedrijfdeel en bankgarantie
Belanghebbende had leningen verstrekt aan A, die een lasbedrijf exploiteerde, en was partij bij een overeenkomst om samen het bedrijf te exploiteren en een deel ervan te kopen. Hij verstrekte tevens een bankgarantie voor de verplichtingen van A. Toen A failliet ging, betaalde belanghebbende namens de bank een bedrag en diende een vordering in bij de curator, die erkend maar niet uitbetaald werd.
Belanghebbende gaf in zijn belastingaangifte een verlies uit onderneming aan, bestaande uit de betaling van de bankgarantie, een provisie en een verlies op de vordering. De Inspecteur accepteerde dit verlies niet, en het Hof verklaarde het beroep ongegrond omdat belanghebbende het lasbedrijf niet mede had geëxploiteerd en slechts als crediteur en borg optrad.
In cassatie stelde belanghebbende dat hij wel degelijk een onderneming had gedreven en een belang had bij de waardeontwikkeling van het lasbedrijf. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie konden worden getoetst. Ook was er geen sprake van een eerste ondernemingshandeling omdat belanghebbende niet de bedoeling had zich tot deelneming te verplichten.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende geen verlies uit onderneming kan aftrekken.