ECLI:NL:HR:2002:AE8808
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafbaarstelling wegens onverbindende Regeling fokverbod varkens II 1997
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin zij was veroordeeld voor het houden van een drachtig varken binnen een verboden gebied volgens de Regeling fokverbod varkens II 1997.
De Hoge Raad beoordeelt dat de Regeling, vastgesteld op grond van artikel 17 van Pro de toenmalige Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, onrechtmatig is omdat de minister niet bevoegd was om de in de Regeling opgenomen verboden op die wijze te stellen. Dit oordeel is bevestigd door het College van Beroep voor het bedrijfsleven, dat de Regeling onverbindend heeft verklaard.
De Hoge Raad benadrukt de taakverdeling tussen bestuursrechter en strafrechter en stelt dat de strafrechter in beginsel het oordeel van de bestuursrechter over de onverbindendheid van een algemeen verbindend voorschrift moet respecteren. Gezien het onherroepelijke oordeel van het bestuursorgaan over de onverbindendheid van de Regeling, vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging.
De overige middelen van cassatie behoeven geen bespreking, aangezien het bewezenverklaarde niet elders strafbaar is gesteld. De uitspraak is gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 26 november 2002.
Uitkomst: De verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens onverbindendheid van de Regeling fokverbod varkens II 1997.