ECLI:NL:HR:2002:AE7072
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruikelijk loon en rekening-courantschuld bij naheffingsaanslag loonbelasting 1997
Belanghebbende, een orchideeënkwekerij, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over 1997. De Inspecteur stelde het loon van directeur A op ƒ 78.000, hoger dan het werkelijk toegekende salaris. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna het Hof het beroep ongegrond verklaarde.
In cassatie stond centraal of het Hof terecht het door de Inspecteur gestelde loon heeft aanvaard, ondanks de gestegen rekening-courantschuld van A aan belanghebbende. Het Hof oordeelde dat de ontwikkeling van het resultaat en eigen vermogen van belanghebbende niet leidde tot het buiten toepassing laten van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964. Het Hof verwees naar het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën waarin een loonsverlaging op zakelijke gronden kan worden aanvaard indien deze voortvloeit uit het waarborgen van de continuïteit van het bedrijf.
Het Hof vond dat aan deze voorwaarde niet was voldaan, mede vanwege de hoge rekening-courantschuld van A. De Hoge Raad bevestigt dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevat en dat het feitelijke waarderingsbesluit niet in cassatie kan worden getoetst. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het door de Inspecteur vastgestelde loon van ƒ 78.000 blijft gehandhaafd.