ECLI:NL:HR:2002:AE5611
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid bloedproef ondanks ademonderzoekmogelijkheden
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het overtreden van artikel 8 lid 2 onder Pro b van de Wegenverkeerswet 1994. De verdachte had een verkeersongeval veroorzaakt en werd kort daarna bloedafgenomen in het ziekenhuis. De verdediging stelde dat de bloedproef onrechtmatig was omdat verdachte in staat was een ademonderzoek te ondergaan, en dat het bloedonderzoek alleen mocht plaatsvinden indien ademonderzoek om bijzondere medische redenen onwenselijk was.
Het hof verwierp dit verweer op grond van de omstandigheden van het ongeval, de toestand van de verdachte en het feit dat het ademanalyse-apparaat alleen op het politiebureau beschikbaar is. Ook het argument dat het gebruikte desinfectans alcohol bevatte en zo het bloedalcoholgehalte zou beïnvloeden, werd gemotiveerd verworpen op basis van deskundigenrapporten.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het enkel feit dat verdachte ten tijde van de bloedafname in staat was een ademonderzoek te ondergaan, niet afdoet aan de rechtmatigheid van de bloedproef. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de veroordeling van de verdachte tot een geldboete, hechtenis subsidiair en ontzegging van de rijbevoegdheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot geldboete, hechtenis subsidiair en rijontzegging wordt bevestigd.