ECLI:NL:HR:2006:AV0393
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid bloedproef bij bijzondere geneeskundige redenen na verkeersongeval
Op 25 augustus 2002 veroorzaakte verdachte een verkeersongeval in Drachten waarbij een inzittende zwaar lichamelijk letsel opliep. Verdachte werd op aanwijzing van ambulancepersoneel naar het ziekenhuis gebracht vanwege pijnklachten. Ter plaatse werd met zijn toestemming een bloedproef afgenomen om het alcoholgehalte te bepalen.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat het bloedonderzoek onrechtmatig was omdat hij ten tijde van de bloedafname wel in staat was een ademonderzoek te ondergaan en dat de opsporingsambtenaren ten onrechte aannamen dat bijzondere geneeskundige redenen het ademonderzoek onwenselijk maakten.
Het hof oordeelde dat de verbalisant in redelijkheid kon aannemen dat bijzondere geneeskundige redenen bestonden, mede gelet op het medisch onderzoek in het ziekenhuis. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat bijzondere geneeskundige redenen ook aanwezig zijn wanneer verdachte op medische gronden niet in staat is een ademonderzoek op de daarvoor bestemde plaats te ondergaan.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor het veroorzaken van een verkeersongeval onder invloed van alcohol. Het arrest benadrukt de rechtmatigheid van het vragen om toestemming voor een bloedproef in situaties waarin een ademonderzoek onwenselijk is vanwege medische omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.