ECLI:NL:HR:2002:AE5214
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten kinderopvang in inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende kreeg voor 1996 een aanslag opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 126.730, waarbij zij aftrek van kosten kinderopvang had geclaimd. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de kosten kinderopvang aftrekbaar moesten zijn als kosten tot verwerving van loon.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat kosten kinderopvang consumptief zijn en niet direct verband houden met de dienstbetrekking, waardoor zij niet aftrekbaar zijn volgens artikel 35 van Pro de Wet inkomstenbelasting. De vrijstelling in de loonbelasting voor vergoedingen van kinderopvangkosten is een afzonderlijke regeling en vormt geen grond voor aftrekbaarheid in de inkomstenbelasting.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het stellen van een inkomenseis voor de echtgenoot niet discriminerend is en binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever valt. De klachten over ongelijke behandeling en schending van verdragsbepalingen worden verworpen. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1996 blijft gehandhaafd zonder aftrek van kosten kinderopvang.