ECLI:NL:HR:2002:AD9330
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest Hof Amsterdam inzake overeenkomst en ontbindingsbepalingen
Eiser heeft Jutphaas gedagvaard wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst, waarbij hij een bedrag van ƒ 1.100.000,-- aan gederfde winst vorderde. De Rechtbank wees de vordering toe, maar het Hof Amsterdam vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Het Hof oordeelde dat eiser incidenteel appel had moeten instellen om de betwiste toevoegingen aan de overeenkomst in hoger beroep te kunnen aanvechten.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de eis heeft gesteld dat eiser incidenteel appel had moeten instellen om de voor hem nadelige beslissingen in het tussenvonnis te betwisten. Het hoger beroep van Jutphaas stelde immers de vraag naar de geldigheid van de toevoegingen aan de overeenkomst opnieuw aan de orde, zodat eiser geen incidenteel appel behoefde in te stellen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Jutphaas wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage.