ECLI:NL:HR:2002:AD9204
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verboden wapenbezit ondanks onrechtmatige kledingfouillering
De verdachte werd veroordeeld voor het bezit van een verboden vuurwapen van categorie III, nadat bij een tweede fouillering op het politiebureau een geladen pistool in zijn broeksband werd aangetroffen. De eerste fouillering was zonder resultaat gebleven, maar later bleek dat bij de eerste fouillering mogelijk een fout was gemaakt.
De verdediging stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen wegens de tweede fouillering, die niet gerechtvaardigd was. Het hof oordeelde echter dat de eerste aanhouding en fouillering rechtmatig waren en dat de tweede fouillering bij betrokkene 1 gegrond was op ernstige bezwaren. De fouillering bij de verdachte was onrechtmatig, maar het hof paste art. 359a Sv toe en compenseerde het nadeel door strafvermindering.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht het verzuim heeft beoordeeld en dat de strafvermindering passend was gezien de ernst van het feit en de omstandigheden. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk, in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk, ondanks onrechtmatige kledingfouillering.