ECLI:NL:HR:2002:AD7696
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag loonbelasting wegens vaste inrichting in Nederland
Belanghebbende, een naar Belgisch recht opgerichte vennootschap, kreeg over het tijdvak van 1 februari tot en met 30 september 1996 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door het Hof. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende een vaste inrichting in Nederland had, namelijk een bedrijfspand te S waar werkzaamheden werden verricht door personeel in dienst van belanghebbende. Dit oordeel was gebaseerd op feiten en vermoedens, waaronder het feit dat facturen en betalingen via Nederland liepen en dat er medewerkers aanwezig waren die werkzaamheden verrichtten.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de feitelijke vaststellingen niet in cassatie konden worden getoetst. Ook werd bevestigd dat de bewijslast voor het ontkrachten van het vermoeden van een vaste inrichting bij belanghebbende lag. De klachten van belanghebbende faalden dan ook. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd.