ECLI:NL:HR:2001:ZC3663
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke geschil over ontruiming wegens brandveiligheid en gevolgen voor huurovereenkomst
De zaak betreft een geschil over de ontruiming van een gehuurde kamer in een pand te Amsterdam vanwege niet-naleving van brandveiligheidseisen. De huurder, eiser, had een gemeubileerde kamer gehuurd van betrokkene A. Burgemeester en wethouders van Amsterdam hadden betrokkene A gelast het pand te ontruimen omdat het niet voldeed aan de brandveiligheidseisen volgens het Bouwbesluit en de Bouwverordening.
De ontruiming vond plaats op 15 februari 1996, waarna betrokkene A het pand verkocht aan En Suite B.V. en verweerder 1 ten behoeve van L'Enfant Gâté. Eiser had bezwaar gemaakt tegen de aanschrijving en beroep ingesteld, dat gedeeltelijk gegrond werd verklaard door de bestuursrechter. In de civiele procedure vorderde eiser dat verweerders hem het gebruik van de woonruimte zouden verschaffen, maar zowel de kantonrechter als de rechtbank wezen deze vordering af.
De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst van rechtswege was geëindigd door het vergaan van het gehuurde als gevolg van de ontruiming, en dat dit als overmacht voor betrokkene A moest worden gezien. De Hoge Raad stelde echter vast dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd of het genot van het gehuurde blijvend onmogelijk was geworden en onvoldoende was ingegaan op de stelling dat betrokkene A het pand had verwaarloosd.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werden de verweerders veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank Amsterdam is vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.