ECLI:NL:GHARN:2011:BR4022
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Kuiper
- H. de Hek
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte na brand wegens gebrek en onmogelijkheid tot herstel
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) en Pepscan Holding B.V. over de ontbinding van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte na een brand die een substantieel deel van het gehuurde onbruikbaar maakte. Pepscan had de huurovereenkomst ontbonden op grond van artikel 7:210 lid 1 BW Pro, omdat het gebrek het genot van het gehuurde geheel onmogelijk maakte. DLO voerde verweer en stelde dat het beroep op ontbinding onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid.
Het hof bevestigde dat aan de voorwaarden van artikel 7:210 lid 1 BW Pro was voldaan: er was sprake van een gebrek (de brand), het verhelpen van het gebrek was onmogelijk in de zin van artikel 7:206 lid 1 BW Pro omdat herbouw van een substantieel deel van het gehuurde nodig was, en het genot van het gehuurde was geheel onmogelijk geworden. Het hof verwierp het verweer dat de oorzaak van de brand aan Pepscan kon worden toegerekend, omdat dit onvoldoende was onderbouwd.
Verder oordeelde het hof dat het beroep van DLO op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 lid 2 BW Pro) faalde. De herstelperiode van 10 tot 12 maanden was niet relatief kort, en het feit dat DLO een alternatief aanbood deed niets af aan het feit dat het genot van het gehuurde onmogelijk was geworden. Ook was er geen bewijs dat Pepscan het aanbod had geaccepteerd. Het hof bekrachtigde daarom de vonnissen van de kantonrechter en veroordeelde DLO in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontbinding van de huurovereenkomst wegens een gebrek door brand dat het genot van het gehuurde geheel onmogelijk maakt.