ECLI:NL:HR:2001:ZC3655
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst en schadevergoeding wegens niet-nakoming verkoop woonhuis
Verweerders, houders van een erfpachtrecht op een woonhuis, verkochten het huis via een makelaar en sloten op 31 oktober 1995 een koopovereenkomst met Domaro. Domaro kwam de overeenkomst niet na, waarna verweerders het huis later aan een derde verkochten voor een lagere prijs en schadevergoeding vorderden.
Het Gerecht in Eerste Aanleg oordeelde dat een overeenkomst was gesloten en veroordeelde Domaro tot betaling van schadevergoeding en ontbinding van de koopovereenkomst. Domaro stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, waarbij het Hof het vonnis grotendeels bevestigde maar de ingangsdatum van de wettelijke rente corrigeerde.
Domaro stelde cassatie in tegen het oordeel van het Hof, met name over de bewijspositie en het niet toelaten van haar directeur als getuige. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat Domaro geen bezwaar had gemaakt tegen de koopakte en vernietigde het vonnis. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling. Tevens werd het cassatieproceskostenveroordeling opgelegd aan verweerders.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.