ECLI:NL:HR:2001:AD6775
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarderingsmethode navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1986
Belanghebbende was tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1986 in beroep gegaan bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag had verminderd. De Hoge Raad vernietigde het eerdere arrest en verwees de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Dit Hof stelde vast dat een passivering van 97,5% van de nominale waarde van verkochte zegels in overeenstemming is met goed koopmansgebruik en dat in de loop der jaren meer zegels niet voor terugbetaling worden aangeboden dan aanvankelijk was aangenomen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet buiten zijn verwijzingsopdracht was getreden en dat het toegepaste waarderingssysteem, waarbij slechts 2,5% van de nominale waarde direct tot de winst wordt gerekend en het restant in de tijd wordt vrijgevallen, niet in strijd is met goed koopmansgebruik. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris faalde eveneens.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan belanghebbende voor het incidentele beroep, maar wees de kostenveroordeling voor het principale beroep af. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 7 december 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep en het incidentele beroep worden ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.