ECLI:NL:HR:2001:AD4430
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens overlijden verdachte en niet-ontvankelijkheid vervolging
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte was veroordeeld voor het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf met onttrekking aan het verkeer van een hond.
Tijdens de procedure overleed de verdachte op 23 januari 2001. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt daardoor het recht tot strafvordering. De Hoge Raad oordeelde dat dit ook geldt voor de onttrekking aan het verkeer die in het kader van de strafvervolging was uitgesproken.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, behoudens het deel waarin het vonnis van de rechtbank was vernietigd, en verklaarde de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. Wel merkte de Hoge Raad op dat het overlijden van de verdachte niet verhindert dat een aparte rechterlijke beschikking kan worden gegeven over een vordering tot onttrekking aan het verkeer volgens artikel 36b Sr.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk wegens het overlijden van de verdachte.