Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2001:AD2687

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/020HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.H.M. Jansen
  • J.B. Fleers
  • P.C. Kop
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Wet politieregistersArt. 23 Wet politieregistersArt. 34 Wet persoonsregistratiesArt. 429d lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijdering persoonsgegevens uit politieregisters geweigerd in cassatie

Verweerder verzocht de Rechtbank Amsterdam om verwijdering van zijn persoonsgegevens uit de politieregisters, voortvloeiend uit een strafzaak. De Rechtbank wees dit verzoek toe, maar de Korpsbeheerder stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof verklaarde de Korpsbeheerder niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet door een procureur was ingediend.

De Korpsbeheerder stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad oordeelde dat volgens de Wet politieregisters in verbinding met de Wet persoonsregistraties de verplichting tot procureurstelling in hoger beroep niet geldt voor dit type verzoekschriftprocedure. Hierdoor was het Hof ten onrechte tot niet-ontvankelijkverklaring gekomen.

De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het Hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. De zaak betreft de toepassing van bijzondere regels omtrent procedurele vereisten bij verzoeken tot verwijdering van persoonsgegevens uit politieregisters.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.

Uitspraak

26 oktober 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/020HR
AP
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
DE KORPSBEHEERDER VAN DE POLITIEREGIO AMSTERDAM-AMSTELLAND, gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders,
t e g e n
[Verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 3 maart 2000 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - zich gewend tot die Rechtbank en de Rechtbank verzocht verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de Korpsbeheerder - te bevelen over te gaan tot verwijdering uit de politieregisters (HKS, X-Pol) van de [verweerder] betreffende gegevens voortvloeiend uit het onderzoek in de strafzaak met parketnummer 13/127036-98.
Ter terechtzitting van 16 mei 2000, alwaar het verzoek is behandeld, heeft de Korpsbeheerder het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 20 juni 2000 het verzoek toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de Korpsbeheerder hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Nadat het Hof ter zitting van 7 november 2000 het beroepschrift had behandeld, heeft het Hof bij beschikking van 21 december 2000 de Korpsbeheerder niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de Korpsbeheerder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugverwijzing naar het Gerechtshof te Amsterdam.
3. Beoordeling van het middel
3.1De onderhavige zaak betreft een door [verweerder] bij de Korpsbeheerder ingediend verzoek, strekkende tot verwijdering van hem betreffende persoonsgegevens, als bedoeld in art. 22 van Pro de Wet politieregisters.
3.2 Nadat de Korpsbeheerder dit verzoek had afgewezen en [verweerder] daartegen op de voet van art. 23 van Pro die wet in verbinding met art. 34 van Pro de Wet persoonsregistraties een schriftelijk verzoek bij de Rechtbank had ingediend, heeft de Rechtbank bij haar hiervoor onder 1 vermelde beschikking de Korpsbeheerder alsnog gelast, de gewraakte gegevens uit de politieregisters te verwijderen.
3.3 In het hiertegen door de Korpsbeheerder ingestelde hoger beroep heeft het Hof bij zijn hiervoor onder 1 vermelde beschikking de Korpsbeheerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet door een procureur was ingediend.
3.4 Het middel klaagt hierover terecht. Uit art. 23 lid 2 van Pro de Wet politieregisters in verbinding met art. 34 lid 6 van Pro de Wet persoonsregistraties blijkt immers dat op een verzoekschriftprocedure als de onderhavige zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de twaalfde titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing is, maar dat bij een en ander een uitzondering geldt voor de verplichting tot procureurstelling, neergelegd in art. 429d lid 3 Rv.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 december 2000;
verwijst het geding naar dat Hof ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 oktober 2001.