ECLI:NL:HR:2001:AB2752
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over beroep bij commissie van beroep bij ontslag bijzondere hogeschool
Eiser was sinds 1970 in dienst bij een bijzondere hogeschool en werd in 1995 arbeidsongeschikt. In 1997 ontving hij een ontslagbrief met ingang van april 1998. Eiser vorderde bij de kantonrechter schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen beroep had ingesteld bij de commissie van beroep zoals voorgeschreven in de CAO en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
De rechtbank bekrachtigde dit vonnis, stellende dat het instellen van beroep bij de commissie van beroep een vereiste was voordat men zich tot de burgerlijke rechter kon wenden. De Hoge Raad stelde echter vast dat artikel 4.7 WHW en de overeenkomstige CAO-bepaling niet impliceren dat het beroep bij de commissie van beroep bindend is, noch dat het instellen daarvan een voorwaarde is om naar de burgerlijke rechter te stappen.
Derhalve oordeelde de Hoge Raad dat eiser ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. Het arrest vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de hogeschool in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.