ECLI:NL:HR:2001:AB2597
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering woning in successierecht na overlijden erflaatster
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag successierecht over de nalatenschap van erflaatster, waarbij de waarde van een woning centraal stond. De woning was 49 dagen na het overlijden verkocht voor een bedrag van f 360.000, terwijl belanghebbende stelde dat de waarde op de overlijdensdatum lager was, namelijk f 308.000. De Inspecteur had de waarde van de woning vastgesteld op de verkoopprijs.
Het Hof oordeelde dat de verkoopprijs van de woning, die tussen twee onafhankelijke partijen was overeengekomen, als uitgangspunt kon dienen voor de waardering op het moment van overlijden. Belanghebbende slaagde er niet in met voldoende bewijs aan te tonen dat de waarde van de woning op de overlijdensdatum lager was dan de verkoopprijs.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en oordeelde dat het Hof de bewijslast correct had verdeeld en geen onjuiste interpretatie gaf aan artikel 21 lid 1 van Pro de Successiewet 1956. De waardering van de bewijsmiddelen door het Hof was niet onbegrijpelijk en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag successierecht blijft gebaseerd op de verkoopprijs van de woning gehandhaafd.