ECLI:NL:HR:2001:AB2566
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over omzetbelastingheffing in prostitutiebranche en verwijst terug
De zaak betreft een geschil tussen [verweerster], exploitant van een relaxhuis met prostitutieactiviteiten, en de Staat over de terugvordering van omzetbelasting die [verweerster] over de periode 1978 tot en met juni 1990 heeft betaald. Centraal staat een resolutie van de Staatssecretaris van Financiën uit 1978 die bepaalde dat omzetbelasting niet in alle gevallen geheven diende te worden over het gelegenheid geven tot prostitutie, met publicatieproblemen en gevolgen voor de verjaring.
De Rechtbank verklaarde [verweerster] niet-ontvankelijk voor het grootste deel van de periode en wees de rest af wegens gebrek aan onrechtmatig handelen. Het Hof vernietigde dit en veroordeelde de Staat tot schadevergoeding, maar de Hoge Raad stelde vast dat het Hof onjuiste rechtsopvattingen had over de bekendheid van de resolutie na publicatie in 1988 en onvoldoende had gemotiveerd waarom [verweerster] niet geacht kon worden op de hoogte te zijn geweest.
De Hoge Raad overwoog verder dat de verjaring niet eerder aanving dan na de publicatie van een uitspraak in 1990 en dat de formele rechtskracht van belastingaanslagen in beginsel geldt, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad veroordeelde [verweerster] tevens in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak benadrukt het belang van correcte bekendmaking van fiscale beleidsregels en de gevolgen daarvan voor verjaring en rechtsbescherming.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.