ECLI:NL:HR:2001:AB0840
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen toelaatbaarverklaring uitlevering aan Zweden wegens amfetaminehandel
De zaak betreft het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die de uitlevering van de verdachte aan Zweden toelaatbaar heeft verklaard. De verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij de handel en smokkel van amfetamine en metamfetamine. De verdediging voerde onder meer aan dat de stukken onvoldoende waren, dat de stoffen niet duidelijk waren omschreven en dat er sprake was van schending van het specialiteitsbeginsel en dubbele strafbaarheid.
De Hoge Raad overwoog dat de uitleveringsrechter slechts een beperkte controlerende taak heeft en dat de beoordeling van de rechtmatigheid van opsporing aan de rechter in de verzoekende staat toekomt. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de stukken voldoende waren, mede omdat amfetamine en metamfetamine voorkomen op internationale lijsten van verboden stoffen waaraan Zweden is gebonden. Ook werd het verweer dat de Zweedse douanewetgeving niet overeenkomt met de Nederlandse Opiumwet verworpen, omdat de Zweedse wet een verbod op invoer van verdovende middelen bevat dat vergelijkbaar is met het Nederlandse verbod.
De Hoge Raad verwierp alle middelen en bevestigde dat de uitlevering toelaatbaar is verklaard voor de feiten zoals omschreven, met inachtneming van het specialiteitsbeginsel. De verdachte kan zich tegen eventuele onrechtmatigheden in Zweden verweren. Het cassatieberoep werd verworpen en de uitlevering kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Zweden wordt toelaatbaar verklaard.