ECLI:NL:HR:2001:AB0278
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake aftrek kosten levensonderhoud en alleenstaande-ouderaftrek
Belanghebbende kreeg voor 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 117.910, welke na bezwaar en beroep bij het Hof werd bevestigd. De Hoge Raad behandelt het beroep in cassatie tegen het arrest van het Hof.
In geschil is of belanghebbende kosten van levensonderhoud voor zijn zoon als buitengewone last mag aftrekken en of hij recht heeft op de alleenstaande-ouderaftrek, omdat hij zijn zoon meer dan zes maanden heeft onderhouden. Het Hof oordeelde dat de netto-inkomsten van de zoon te hoog waren en dat de door belanghebbende opgevoerde kosten grotendeels op schattingen waren gebaseerd, waardoor deze niet in aftrek konden worden gebracht.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het Hof zonder nadere motivering niet begrijpelijk is, aangezien belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat hij aanzienlijke onderhoudskosten heeft gemaakt, waaronder huisvesting, voeding, energie, water, ziektekostenverzekering en studiekosten. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor een volledige herbeoordeling met inachtneming van het arrest uit 1976.
De Hoge Raad gelast tevens dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht vergoedt dat belanghebbende in cassatie heeft betaald. De vergoeding van proceskosten voor het geding bij het Hof zal door het verwijzingshof worden beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van de aftrek van kosten levensonderhoud en de alleenstaande-ouderaftrek.