ECLI:NL:GHARN:2001:AD3538
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Röben
- De Kroon
- Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek kosten levensonderhoud studerende zoon voor inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende, woonachtig in Groningen, had in 1997 een inwonende zoon die een studie aan de Stichting [A te Q] volgde zonder recht op studiefinanciering of tegemoetkoming. De zoon had netto-inkomsten van ƒ 12.119, terwijl belanghebbende kosten van ƒ 3.251 voor de studie betaalde.
Op grond van artikel 1:397 BW Pro moet bij onderhoudsverplichtingen rekening worden gehouden met de behoeften van de onderhoudsgerechtigde en de draagkracht van de onderhoudsplichtige. Het hof oordeelt dat de netto-inkomsten van de zoon beschikbaar waren voor zijn levensonderhoud, zodat geen sprake is van uitgaven die op belanghebbende drukken.
Verder werd overwogen dat alleen de extra kosten door de inwoning van de zoon in aanmerking kunnen worden genomen, niet de algemene gezinsuitgaven zoals woonkosten. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de kosten het bedrag van de netto-inkomsten plus een forfaitaire bijdrage van ƒ 56 per week te boven gaan.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. Er is geen plaats voor toepassing van een hogere tariefgroep of aftrek wegens buitengewone lasten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.