ECLI:NL:HR:2001:AA9984
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Toeristenbelasting en ongelijke behandeling bij dagverblijf in gemeente Waterland
De gemeente Waterland legde een toeristenbelastingaanslag op aan een vennootschap onder firma voor het houden van dagverblijf van niet-ingeschreven personen. Het Hof Amsterdam vernietigde de aanslag en oordeelde dat de belastingverordening leidde tot ongelijke behandeling en strijdig was met het discriminatieverbod uit de Grondwet en het IVBPR.
De Hoge Raad stelt dat de gemeente op grond van artikel 276 van Pro de oude Gemeentewet bevoegd is de belasting te heffen van degenen die gelegenheid tot verblijf bieden, niet noodzakelijkerwijs van de verblijvers zelf. De keuze van de gemeente om de heffing te beperken aan diegenen die gelegenheid tot verblijf bieden, is gerechtvaardigd door objectieve en redelijke belangen van uitvoerbaarheid en controleerbaarheid.
De wetsgeschiedenis toont aan dat de wetgever bewust was van de praktische beperkingen bij het heffen van toeristenbelasting over dagverblijf, en dat het uitsluiten van bepaalde groepen terwille van uitvoerbaarheid acceptabel is.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de uitvoerbaarheid en controleerbaarheid niet als rechtvaardiging heeft aanvaard. Daarom wordt het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling.
De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en laat de kostenvergoeding aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling.