ECLI:NL:PHR:2003:AF1487
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt misbruik vetorecht bij adoptie en weegt belang kind zwaar
De zaak betreft een adoptieverzoek van pleegouders van een minderjarig kind, waarbij de biologische vader zijn vetorecht tegen de adoptie uitoefent. Het hof stelde vast dat het kind sinds 1990 in het gezin van de pleegouders woont, hen als ouders beschouwt en de adoptie wenst. De vader had weinig contact met het kind en verzette zich tegen de adoptie, stellende dat het kind gehersenspoeld zou zijn.
Het hof oordeelde dat het vetorecht van de vader niet zonder meer kan worden gehonoreerd wanneer het belang van het kind zwaarder weegt, en dat de vader misbruik maakt van zijn vetorecht. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het belang van het kind zwaar moet wegen bij de uitoefening van het vetorecht. Ook wijst de Hoge Raad op de onherroepelijkheid van adoptie na de 23e verjaardag en het belang van het kind om in een stabiele gezinssituatie te verkeren.
De Hoge Raad verwerpt de klachten van de vader over procedurele aspecten en de afwijzing van nader deskundigenonderzoek. De uitspraak bevestigt dat het vetorecht niet kan worden misbruikt om het belang van het kind te schaden en dat de rechter een belangenafweging moet maken waarbij het kind centraal staat.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de adoptie door de pleegouders wordt bevestigd.