ECLI:NL:HR:2000:AA9131
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Veroordeling in proceskosten na faillissement derde-beslagene
De zaak betreft een cassatieberoep van de Ontvanger tegen een derde-beslagene, waarbij de Ontvanger vorderde dat de derde-beslagene zou worden veroordeeld tot betaling van bedragen en proceskosten. Na het faillissement van Nebelux B.V., de hoofdverplichte, werd de eis van de Ontvanger verminderd tot alleen een veroordeling in de proceskosten.
De Rechtbank en het Gerechtshof hadden de vordering afgewezen en het geding beëindigd vanwege het faillissement van Nebelux B.V. De Ontvanger stelde cassatie in tegen deze uitspraken. De Hoge Raad oordeelde dat het faillissement van Nebelux B.V. het geding slechts beëindigde voor de tenuitvoerlegging op het vermogen van Nebelux B.V., maar niet voor de vordering tot proceskosten tegen de derde-beslagene.
Omdat de derde-beslagene niet had voldaan aan haar betalingsverplichting aan de deurwaarder, werd zij in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en het vonnis van de Rechtbank en sprak zelf het arrest uit waarin de derde-beslagene werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de derde-beslagene in de proceskosten ondanks het faillissement van de hoofdverplichte.